Historie Wijdenes/Oosterleek

   
     
 

Toen en thans voor 1920.

Hoe oud is het plaatje van toen van Oosterleek? t prentje, genomen vanaf de zeedijk, vermeldt geen jaartal. De foto zal van vòòr 1920 zijn. In of nabij dat jaar is de achterste boerderij - die vrijwel geheel schuil gaat achter de andere stolp - verbrand. Hooibroei. Daar is de huidige boerderij gebouwd, De Leekerhoek. De voorste stolp is gesloopt. Van de overige bebouwing is een deel veranderd. Het oude vissershuisje links vooraan, met een doorrookte zijmuur en een rieten boetje om daarop de netten te drogen, maakte ruimte voor een nieuw huis. Het schoolhuis links, net voor de kerk, staat er nog. Evenals het dorpscafé in de bocht, toen De Nieuwe Aanleg geheten. Het huisje rechts is geheel vernieuwd.

 

GemeenteWijdenes in de dertiger jaren.

De gemeente Wijdenes waartoe ook Oosterleek behoorde telde in de dertiger jaren 8 à 900 inwoners. Er waren toen voor zover we konden nagaan o.a.:

  • 5 bakkers (3 met winkel),
  • 4 café 's (2 annex winkel),
  • 4 vrachtrijders waarvan er één 'n winkeltje had plus 'n brandstoffenhandel.
  • 3 kruidenierszaken,
  • 2 smederijen (tevens hoefsmeden),
  • 3 vissers,
  • 3 schilders,
  • 3 timmermannen,
  • 2 slagers,
  • 1 schoenmaker met eigen winkel en schoenmakerij.

Dan was er nog 'n melkboer met 'n sigarenhandel en 'n barbier met een fietsenzaak.

Er bestond nog 'n brandstoffenhandel, ook nog 'n fietsen en motorenzaak, 'n postkantoor, 'n groente-fruitveiling, 'n kaasfabriek, 'n station (plus 3 haltes) met 'n stationchef, 'n molenaar, 'n melkrijder, 'n manufacturier, 'n veldwachter en natuurlijk 'n echt raadhuis en een echte 'burie'.

Naar boven

De Molentjes (Dhr.Piet Ham)

Als men over 't Wuiver in Wijdenes gaat, komt bij de dijk links een weg met een bord "Molentjes". Die weg gaat naar een vijftal huizen en het fruitbedrijf van A.J. Bruin.

Maar, dacht ik, wie van de huidige dorpsgenoten weet wat de "Molentjes" betekent.

Nu ben ik daar in 1915 geboren dus dacht ik, ik schrijf er eens wat over.

Aan de Molentjes stonden twee watermolens. Als het water te hoog werd in de kolk, maalden ze het water uit de polder. De kolk was een ruimte omgeven door twee dijken, waar het water werd opgeslagen. Er was een sluis onder de dijk door en bij laag water in de Zuiderzee gingen de deuren open en liep het water zo de Zuiderzee in. Maar ook in die tijd begonnen ze al te "fuseren" en dus werd de polder van Wijdenes gevoegd bij die van Hem en Venhuizen, en dat werd de Drieban.

In Venhuizen aan de dijk was een stoomgemaal gebouwd en de capaciteit daarvan was zo groot dat ook de polder Wijdenes bemalen kon worden.

De molens werden dus overbodig en er werd besloten ze te slopen.

Dat werd een hele gebeurtenis. Eerst ging de grote molen eraan en na een paar jaar ook de kleine. Dat gebeurde zomaar, zonder protest. Een pracht stukje oude waterbeheersing ging jammer genoeg verloren. Als de molens waren blijven staan, zouden ze nu waarschijnlijk gekoesterd en in stand gehouden worden, maar destijds dacht men daar niet aan. Men vond het oude troep en veel te duur om in stand te houden. Gelukkig zijn er nog wel foto's uit die tijd. Een volgende keer zal ik wat schrijven over de mensen die er woonden en wat ze deden voor de kost

 

De Molentjes 2 (Dhr. Piet Ham).

Deze keer wat over de haringvangst. In het voorjaar kwam de haring in groten getale bij ons op de kust om kuit te schieten. Bij ons aan de Molentjes was het dan een drukte van belang.

Op het erf van P.Mantel werden door vissers uit Friesland twee keten neergezet en daar kwamen de familie Kuiper, Sjoerd met gezin, en de familie Siebering in te wonen.

Deze vissers visten met fuiken. Het waren grote fuiken, waarin vaak grote hoeveelheden werden gevangen. De fuiken werden geleegd in de sloep en dan de haven in gevaren. Dan werd de vis in manden geschept, de dijk op gesjouwd en in vrachtwagens geladen. Als er niet voldoende afzet was voor consumptie ging de haring naar de vismeelfabriek.

Het op deze manier vangen van de haring was zwaar werk en het waren dan ook sterke mannen die zich hiermee bezig hielden. Als er geen haring op de kust was hielden ze zich bezig met het herstellen van de fuiken.

Ook waren het fanatieke kievieteieren-zoekers, daar waren ze zeer bekwaam in. Ze hielden zich schuil en bestudeerden het gedrag van de vogels. Ze konden dan aan de vlucht zien waar het nest precies lag. Jammer genoeg hebben ze het ons nooit geleerd, dat was geheim.

Er kwamen ook vaak visserslui uit Avenhorn, Dat was de firma Hart. Zij visten met de zegen, dat was een heel groot trek-of sleepnet, zeker wel 100 meter lang. Het ene eind werd vastgezet aan de wal en verder met de boot in zee gebracht en met een bocht weer naar de kust toe. Na een tijdje werden de twee uiteinden van de zegen tegelijk, met mankracht, weer langzaam naar de kant getrokken, zodat de opening steeds kleiner werd en dan zag je de haring spartelen. Als het net dichtbij genoeg was werd de haring In de boot geschept, Dat was een spannend gebeuren want ze wisten van tevoren niet hoeveel zou zouden vangen. Maar de oude Hart was een meester in het bepalen waar de haring zat. Hij kon het zien aan het water, hij proefde ervan en dan zei hij zo ineens dat de zegen erin kon. Men zei dat hij nooit voor niks trok. Zijn makkers waren zijn zoon Jaap, Willem Vink en Jaap Edam, grote sterke mensen.

Ja, dat was een tijd. Er was soms zoveel haring voor de wal dat het een drukte van belang was. Soms stonden er wel zeven auto's te wachten op de dijk om de haring af te voeren. De dijk zag dan wit van de hom die uit de auto's liep.

P.Ham

Naar boven.