Opgraving 'Grafveldje'

Opgraving 'Grafveldje'

Begraafplaatsen bevestigen het eeuwig recht op eigen grond.

Opgraving 'Grafveldje'

  • Verslag Archeologie Westfriesland
    Opgraving bij Oosterleek (verslag van Archeologie Westfriesland)
    De opgraving bij Oosterleek heeft verrassend veel prijsgegeven van de historie van de dijk.
    De grote Omringdijk schoof in de middeleeuwen telkens iets op. Begonnen als kleine verhoging is het tegenwoordig een sterke waterkering. Die veiligheid heeft zijn prijs gehad, blijkt nu. Een eerste blik in dit verleden, met dank aan de tussentijdse verslag van Archeologie Westfriesland.


    Voordat de mensen zich in de regio vestigden, bestond de regio Westfriesland uit een onbewoond veenkussen. Door dit hoogveen kronkelden natuurlijk veenstromen, zoals de Dracht in Schellinkhout. Deze veenstromen werden ‚leken’ genoemd en vormden voor de kolonisten de ingangen naar dit gebied. Het waren ook ook de plekken waar met de drainage van het veen werd begonnen. De ontginningen moeten rond 1150 of 1200 zijn voltooid. Bij de kerk in Hem zijn in 1948 stenen sarcofagen gevonden die op die periode gedateerd kunnen worden.
    Landbouwers
    Hoe ver het veenkussen zich buiten de huidige Westfriese Omringdijk uitstrekte, is niet echt duidelijk. Kenners schatten dat het hoogveen tussen de twee en vier kilometer doorliep. En de eerste bewoners van Westfriesland? Dat waren landbouwers en veeboeren.
    Wanneer het oudste Oosterleek is ontstaan, is onbekend. Daarnaast is het niet duidelijk waar die plaats precies lag. Als de verplaatsing van andere Westfriese dorpen binnen vergelijkbare ontginningen (Grootebroek, Zwaag of Hoorn) wordt aangehouden, zal het oudste Oosterleek van rond het jaar 1100. Het ligt dan op de plek waar de Leek in zee stroomt, vermoedelijk op enige afstand van het zoute water. Dat is in het verlengde van de uitstroom van de rond 1600 afgedamde Leek.
    Klepduiker
    Vermoedelijk hebben de bewoners dan al een lage dijk (zomerkade) aangelegd om het hoogwater met een klepduiker buiten te houden. Die gaf bij laag water mee, zodat het water kon wegstromen. Bij vloed ging de klep weer dicht.
    Of dit oudste dorp Oosterleek al vanaf het begin een kerk had, is onbekend. In het jaar 1320 is de Omringdijk voor het eerst opgemeten. Dat gebeurde in opdracht van Graaf Willem III. De afstand tussen Enkhuizen en Oosterleek is dan ongeveer 11,2 km. In de dijk bij Oosterleek zit een sluis om water in of uit te laten. Waarschijnlijk is dit de dijk die voor het eerst is teruggelegd en is het eerste dorp toen, samen met de eerste dijk, al verloren gegaan. De precieze plek van deze tweede dijk is ook onbekend.
    De kerk is opnieuw gebouwd op de plek van het opgegraven grafveld.

    Vermoedelijk zijn de bakstenen (links boven op foto) uit de kerk van het eerste dorp opnieuw gebruikt.
    Het voorland uit de dertiende eeuw verdwijnt langzaam in de golven, samen met de resten van het dorp.
    Huisterpen
    Bij de eerste inlaging wordt dus een nieuwe Omringdijk gebouwd. De eerste sluis wordt ook met die dijk teruggelegd. Het dorp en de kerk komen oostelijk van de dijk terecht. Huisterpen van dit dorp zijn archeologisch teruggevonden. Dit is voor 1320 voltooid.
    Opnieuw gaat er oud voorland verloren en de dijk bezwijkt. Archeologisch gezien moet dit gezien de vondsten van keramiek en munten rond 1420 zijn gebeurd. De huidige, dus nog bestaande dijk wordt namelijk dan plompverloren over huisterpen heen aangelegd. Het is zeer goed mogelijk dat ook de kerkterp van de tweede kerk van Oosterleek als route voor de nieuwe Westfriese Omringdijk is gebruikt. De resten van de een na oudste kerk liggen dan onder de huidige dijk. De nieuwe kerk van Oosterleek wordt op de huidige plek herbouwd in 1495. Deze is op dezelfde plek 1695 herbouwd. Deze kerk is nu nog aanwezig. Ook het dorp werd teruggelegd naar de huidige plek. Hoeveel voorland er tussen de 'tweede en 'derde' verplaatsing van de Omringdijk lag, is onbekend.
    Dit moet echter aanzienlijk zijn geweest. Al dit land is in de loop der eeuwen verloren gegaan.
    Het kerkhof raakte na 1495 in onbruik. Nieuwe graven werden in nieuwe gewijde grond naast de nieuwe kerk gedolven, het huidige Schelpenkerkhof.
    De vondst van dit oude kerkhof mag de meest opzienbarende vondst binnen het onderzoek in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier worden genoemd. Niet alleen valt met deze vondst de verplaatsing van een Westfriesdorp, met hebben en houwen, te reconstrueren, maar het geeft ook een beeld van de bevolking van een dergelijk dorp.
    De Skeletten
    ln het onderzochte gebied van slechts vijf bij tien meter zijn totaal de resten van 17 dode mensen opgegraven. Er is niet dieper gegraven dan de maximale diepte van de drainage-sleuf en er zullen zich op grotere diepte en meer naar het oosten toe, nog vele skeletten onder de dijk bevinden. De meeste begravingen zijn dus binnen het Provinciaal Monument de Westfriese Omringdijk behouden gebleven. De doden zijn naast elkaar neergelegd en soms bovenop elkaar gestapeld. Binnen het onderzochte deel zijn de begravingen in drie rijen gelegd op een tamelijk systematische onderlinge afstand. Rondom enkele skeletten zijn smeedijzeren nagels gevonden, hetgeen duidt op het gebruik van houten doodskisten. Een deksel van een geheel vermolmde kist is aangetroffen. Twee skeletten waren gewikkeld in een lijkwade van textiel. Dit was zichtbaar omdat de handen en voeten strak langs het lichaam lagen. Van de meeste overledenen kon -door de verkleuring van de grond - de grafkuil niet onderscheiden worden. Alle skeletten lagen oost-west georiënteerd (haaks op de Zuiderdijk), met het gezicht naar het oosten. Nagenoeg alle overledenen waren ruggelings begraven, met de armen langs het lichaam, rustend op het bekken en de benen gestrekt.
    Twee begravingen weken hiervan af:
    Een volwassene lag op de zij en een is op de buik met het gezicht in de grond begraven. Waarom dit is gebeurd, is onduidelijk. Dit laatste lichaam ligt in het verlengde van een muur van kloostermoppen. Ook had dit skelet nog een gesp van een riem om de middel. Mogelijk gaat het hier om een geëxecuteerde misdadiger, die niet op gewijde grond mocht worden begraven en net op de grens of net buiten het eigenlijke kerkhof lag.
    De populatie bestaat uit doodgeborene (2), kinderen (2) , jongeren (1) en volwassen (12) . Over het percentage man-vrouw onder de volwassenen is nog niets te zeggen. Omdat het kerkhof niet geheel is opgegraven, kan dit percentage afwijken van het gebruikelijke.
    Komend fysisch antropologisch onderzoek zal zich concentreren op geslachtsbepaling, leeftijd, lichaamslengte, gebitsstatus, doodsoorzaak, anatomische afwijkingen. In het veld zijn al de nodige afwijkingen en ziektes waargenomen als Engelse ziekte (vitamine D gebrek), slijtage aan de wervel- kolom (osteofytose) en zijwaartse kromming van de wervelkolom (scoliose).
    Archeologie
    Het grafveld was noord-zuid gemeten slechts vier meter breed. De westgrens lag waarschijnlijk binnen het opgegraven gebied tot aan de waterloop. De oostgrens steekt onder de dijk. Daarmee is alleen de breedte en niet de lengte van het grafveld bepaald. Het grafveld is in het verleden verstoord door de aanleg van een gasleiding. Aan de noordkant van het grafveld is een oost-west lopende muur van rozerode en gele (dit is belangrijk ivm mogelijk Friese herkomst) bakstenen aangetroffen (formaat lengte: 30,5 cm x breedte 14,5 tot 15,5cm x dikte 7/8 cm). Deze maat valt onder het type kloostermoppen (lengte > 29,5 cm) en is te dateren in de periode 1250-1300. Alle stenen zijn hergebruikt en slordig gemetseld. Tufsteen bouwmateriaal (ook fragmenten), een indicatie voor oudere muurresten uit de periode 1000-1250, ontbrak volledig. De begravingen lagen alleen ten zuiden van de muur en zeer dicht opeen.
    Tevens is tijdens het zoeken naar de wierdijk in2008, waarbij op verschillende afstanden buitendijks sleuven in de dijk werden gegraven, door de aannemer een grote muur waargenomen op ongeveer dezelfde plaats als het kerkhof.
    De datering van het grafveld is op dit moment lastig. Tussen de begravingen zijn scherven van kook- potten gevonden die in de 13de-14de eeuw zijn te dateren (types: Paffrath en Kogelpot).
    Een goed stratigrafisch profiel ontbrak, er waren dus geen mooie ophogingslagen van de dijk over het grafveld te zien. Mogelijk was de dijk toen nog niet zo breed en werd het grafveld nog niet door de dijk overdekt tot de dijk werd teruggelegd. De aanvang van het grafveld kan door het ontbreken van tufsteen rond 1250 worden gezet en waarschijnlijk ook na 1300. De gevonden stenen in combinatie met het aardewerk, maken een datering tussen 1300 en 1500 de meest plausibele.
  • Foto's grafveldje
  • Video opgraving
  • Foto presentatie opgraving