De molen van Schellinkhout bemaalde in het verleden samen met een gesloopte molen de polder van Schellinkhout. Deze bemaling heeft waarschijnlijk vanaf 1560 plaats gevonden. Om een beeld te vormen op welke wijze de uitvoering plaats vond, is een foto toegevoegd van deze twee molens.

De watermolens van de polder Schellinkhout voor 1900. De meest rechts molen staat er nog en kan ook malen en wordt bewoond door een molenaar. De linkse molen is kleiner van omvang en is het eerst gebouwd. Deze molen is voor F 310, - gulden verkocht aan de Boer uit Oostzaan. Deze heeft de molen gesloopt. Het huisje op de kant van de sloot is de plee van de bewoners van de molen. Bij ieder huis stond vroeger zo een huisje.
Het jaartal 1560 in de plankenvloer van de sluis zal hoogst waarschijnlijk overeenkomen met het jaartal, dat men ter plaatse de bemaling begon met een windmolen of men heeft een oudere bemaling vervangen. Een vergelijk voor dit gegeven is, dat de banne Wijdenes/ Oosterleek reeds voor 1514 al watermolens bezaten om het polderwater te kunnen uitslaan. (zie Bicker Caarten, Middeleeuwse Watermolens in Hollands Polderland blz. 70 )
De polder Wijdenes ligt ongeveer 20 cm`lager dan de polder Schellinkhout, waardoor men eerder een bemaling nodig had om het land te kunnen blijven gebruiken.
Uit het Keurboek van 1567 kan men het volgende lezen: Wij gekozen burgemeesters van de stede Schellinkhout beloven het aanstaande jaar burgemeester te wezen, tenzij wij buitenlands zijn of overlijden, de mientwegen te verhuren, de dorpsinkomsten te ontvangen, het geld tot nut van het dorp te besteden, de sluizen en de sluistochten goed schoon te houden, de watermolens en alles wat daarbij hoort in orde te houden, enz.
Uit deze zinsnede blijkt dat Schellinkhout watermolens bezat en het jaartal 1560 in de vloer van de sluis wel eens het jaartal is van de bouw van de sluis met molenkolk en molen(s).
De watermolen van Schellinkhout komt ook voor op de kaart van Joost Jansz. Beeldsnijder van 1575.
De polder Wijdenes ligt ongeveer 20 cm`lager dan de polder Schellinkhout, waardoor men eerder een bemaling nodig had om het land te kunnen blijven gebruiken.
Uit het Keurboek van 1567 kan men het volgende lezen: Wij gekozen burgemeesters van de stede Schellinkhout beloven het aanstaande jaar burgemeester te wezen, tenzij wij buitenlands zijn of overlijden, de mientwegen te verhuren, de dorpsinkomsten te ontvangen, het geld tot nut van het dorp te besteden, de sluizen en de sluistochten goed schoon te houden, de watermolens en alles wat daarbij hoort in orde te houden, enz.
Uit deze zinsnede blijkt dat Schellinkhout watermolens bezat en het jaartal 1560 in de vloer van de sluis wel eens het jaartal is van de bouw van de sluis met molenkolk en molen(s).
De watermolen van Schellinkhout komt ook voor op de kaart van Joost Jansz. Beeldsnijder van 1575.

Dit is een gedeelte uit de kaart van Dou van rond 1650. Op deze kaart zijn voor de polder Schellinkhout twee watermolens op de huidige plaats ingetekend.
Dat de banne Schellinkhout op deze plaats de polderbemaling heeft gestart, vindt zijn oorzaak dat het gedeelte van de polder gelegen tussen de Oppendijk en de Molensloot het laagste gedeelte van de polder Schellinkhout is.
Op de kaart van afbeelding 2 is de polder Schellinkhout met de stippellijn omkaderd. De polder Schellinkhout was 640. 57 hectare groot. Het polderpeil van de polder was voor de uitgevoerde ruilverkaveling Westwoud 1.65 m` – NAP. Dit polderpeil zal in het verleden hoger zijn geweest. Het polderpeil moest men steeds iets verlagen, omdat door de bemaling het maaiveld regelmatig daalde.
Om het polderwater op het Hoornse Hop te kunnen lozen, was bij de molens binnendijks een lozingskolk en met in de dijk een sluis met vloeddeuren. Dit was nodig om bij hoge waterstanden het water uit de Zuiderzee te kunnen keren, want anders liep de molenkolk over en dat was nu juist de bedoeling niet.
De lozingskolk bestond uit twee dijkjes waartussen een sloot liep. Dit was voldoende om het stromende water van de noordelijke en kleine molen naar de sluis onder de dijk te geleiden. Nabij de dijk had men de lozingskolk van stenen muren met een vloer gemaakt. Hierin loosde de molen nabij de dijk zijn water. De stenen vloer was noodzakelijk om uitspoeling van de ondergrond te voorkomen.
De twee watermolens waren niet even groot. De molen, die het verst van de dijk stond, was kleiner en is mogelijk in 1560 gebouwd, omdat de afvoercapaciteit van deze molen onvoldoende zal zijn geweest, heeft men in rond 1628 de grote molen gebouwd.
Dit zal noodzakelijk zijn geweest, omdat door de bemaling het maaiveld van het land steeds verder zakte en daardoor de capaciteit van de watermolen terug liep.
De watermolens van Schellinkhout hebben tot 1900 hun dienst bewezen. In 1900 hebben de bestuurders van de polder Schellinkhout een nieuw gemaal laten bouwen. Dit gebouw staat er nog. In het nieuwe gemaal werd een centrifugaal pomp geïnstalleerd, die werd aangedreven door een 26 PK petroleum motor. De molenaar uit de kleine molen, werd tot machinist gepromoveerd.
Het nieuwe gemaal loosde zijn water op de maalkom via een gietijzeren pijp.
De grote molen werd de woning voor de machinist. Hierdoor bleef de molen de sloop gespaard. De kleine molen werd al snel gesloopt en de grond van de dijkjes van de maalkom werd verspreid, waardoor een bruikbaar stukje land ontstond voor de machinist.
Op de kaart van afbeelding 2 is de polder Schellinkhout met de stippellijn omkaderd. De polder Schellinkhout was 640. 57 hectare groot. Het polderpeil van de polder was voor de uitgevoerde ruilverkaveling Westwoud 1.65 m` – NAP. Dit polderpeil zal in het verleden hoger zijn geweest. Het polderpeil moest men steeds iets verlagen, omdat door de bemaling het maaiveld regelmatig daalde.
Om het polderwater op het Hoornse Hop te kunnen lozen, was bij de molens binnendijks een lozingskolk en met in de dijk een sluis met vloeddeuren. Dit was nodig om bij hoge waterstanden het water uit de Zuiderzee te kunnen keren, want anders liep de molenkolk over en dat was nu juist de bedoeling niet.
De lozingskolk bestond uit twee dijkjes waartussen een sloot liep. Dit was voldoende om het stromende water van de noordelijke en kleine molen naar de sluis onder de dijk te geleiden. Nabij de dijk had men de lozingskolk van stenen muren met een vloer gemaakt. Hierin loosde de molen nabij de dijk zijn water. De stenen vloer was noodzakelijk om uitspoeling van de ondergrond te voorkomen.
De twee watermolens waren niet even groot. De molen, die het verst van de dijk stond, was kleiner en is mogelijk in 1560 gebouwd, omdat de afvoercapaciteit van deze molen onvoldoende zal zijn geweest, heeft men in rond 1628 de grote molen gebouwd.
Dit zal noodzakelijk zijn geweest, omdat door de bemaling het maaiveld van het land steeds verder zakte en daardoor de capaciteit van de watermolen terug liep.
De watermolens van Schellinkhout hebben tot 1900 hun dienst bewezen. In 1900 hebben de bestuurders van de polder Schellinkhout een nieuw gemaal laten bouwen. Dit gebouw staat er nog. In het nieuwe gemaal werd een centrifugaal pomp geïnstalleerd, die werd aangedreven door een 26 PK petroleum motor. De molenaar uit de kleine molen, werd tot machinist gepromoveerd.
Het nieuwe gemaal loosde zijn water op de maalkom via een gietijzeren pijp.
De grote molen werd de woning voor de machinist. Hierdoor bleef de molen de sloop gespaard. De kleine molen werd al snel gesloopt en de grond van de dijkjes van de maalkom werd verspreid, waardoor een bruikbaar stukje land ontstond voor de machinist.

In 1928 zijn de roeden van de molen gehaald en bleef de romp zoals op deze afbeelding is te zien.
In 1914 heeft men het nieuwe gemaal met een platte aanbouw enigszins vergroot om de pomp en de leidingen in het gebouw wat meer ruimte te geven.
Door het gebrek aan brandstof tijdens de Tweede Wereldoorlog was men genoodzaakt om allerlei rotsooi als brandstof voor de petroleummotor te gebruiken, waarbij zelfs carbolineum werd toegepast. Na de oorlog was de motor van het gemaal aan vervanging toe en heeft men het gemaal geëlektrificeerd.
In 1975 werd het waterschapje Schellinkhout opgeheven door de samenvoeging van alle waterschappen in oostelijk Westfriesland. Het is toen opgegaan in het waterschap Westfriesland. Door de samenvoeging van de waterschappen kwam er nu de financiën beschikbaar om de molen weer in oude glorie te herstellen. Ook een molenaar kwam weer in de molen te wonen, die naar hartelust weer de molen kan laten malen.
In 1914 heeft men het nieuwe gemaal met een platte aanbouw enigszins vergroot om de pomp en de leidingen in het gebouw wat meer ruimte te geven.
Door het gebrek aan brandstof tijdens de Tweede Wereldoorlog was men genoodzaakt om allerlei rotsooi als brandstof voor de petroleummotor te gebruiken, waarbij zelfs carbolineum werd toegepast. Na de oorlog was de motor van het gemaal aan vervanging toe en heeft men het gemaal geëlektrificeerd.
In 1975 werd het waterschapje Schellinkhout opgeheven door de samenvoeging van alle waterschappen in oostelijk Westfriesland. Het is toen opgegaan in het waterschap Westfriesland. Door de samenvoeging van de waterschappen kwam er nu de financiën beschikbaar om de molen weer in oude glorie te herstellen. Ook een molenaar kwam weer in de molen te wonen, die naar hartelust weer de molen kan laten malen.